Movement in Lines

A proposal co-curated with Yhuri Cruz as ‘negrotivities’ performed at Despina. The event Movement in Lines: performing ‘negrotivities’ took place as presentation that closed my four weeks curatorial residency in Rio de Janeiro (May 2 – May 31, 2022). On May 31st, the public witnessed bodily conversations that celebrated performative gestures of the correlation between Self and Other and in relation to questions participating artist are dealing with; concerning race, gender, class, and place among other territories of experience.

"We are celebrating our artistic freedom as a political space in conversation with ancestors" - tumpi flow

In the event I co-curated with artist and writer Yhuri Cruz, we invited Brazilian artists. Both of us performed with Almeida da Silvia, Azizi Cypriano, Mayara Velozo and Vicente Baltar. During this encounter, I explored artistic and curatorial conversations with the aim to contextualize experiences of my performance persona @tumpiflow, focusing on social urbanization and what is known (and recognized) as “favela”. I was especially interested in knowledge distribution and social activities as political forces.

Performing Night at Daytime

I am hardly awake. Yet Kurt Nahar his request, to give context of my work, knocks at my door. He needs this for tours he gives during the exhibition UMA STEN (Female Voices) at Readytex Art Gallery in Paramaribo, Suriname. With, among others, tumpi flow represented in the conversation. She attends the table with several volumes of the series Negro Bible. Even though I am peacefully focusing on my ‘diplomatic mission’ to Rio de Janeiro, it would have been great to physically interact with Nahar’s staging of these voices. His request is perfectly timed, since these series popped up in conversation with Yhuri Cruz this week.

Cruz constructed the concept NEGROTIATION. When I heard about this concept for mid June, I again found another connection between his work and mine. Thus, seducing him into a collaboration was no difficult task. Even though I took the opportunity to get a glimpse of NEGROTIATION #1, presented at Instituto INCLUSARTIZ with the show Gamboa: nossos caminhos, I would be willing to travel back to Rio de Janeiro from Sao Paulo for a day and interact with Cruz’ negotiation of June. Taking in consideration that, like myself, Mbembe’s Critique of the Black Reason has been a manual for inspiration to him. No wonder that during our encounters, it felt as if I was in front of a mirror. That moment Cruz confirmed willingness to co-curate a presentation at Despina was a Levinan encounter: the unconscious appeal that relates to the self as a sensitivity to others, in the sense of a spontaneous involvement (Keij, 2021).

Like he says: “I prefer to perform the night’s mystery during the day.” As seen through the encounter, I see in Cruz a giant reflection. Through this mirror-effect, I find peace of mind and I can begin to unfold what Nahar requested. My contextualization of the Negro Bible:

This series follows the trilogy KROYWARA. The third script of this play remains unfinished. In Dray Baka (to return) the protagonist is a psychopath who thinks he is god and aims at writing a negro bible. In an attempt to continue this storytelling, I decided to produce installations entitled Negro Bible: a dialogue that challenges the intersection of race, gender, and place. In relation to the process PSYCHOMAMIO, this conversation consists of 66 diaries of a journey made between 2016 and 2021. As a whole, the journal reflects on spiritual and socio-political issues based on personal reflections, encounters during artist in residency programs (such as AISA AYA), experimental projects (such as MISSION 21), and process questions (such as COUP 22); the road to my research deeep blue. As a mechanism operating on the basis of writing, color codes, and number languages among other technologies and gestures, this process entangles works of other artists with tumpi’s performances. In bringing visual and written creations together, I bring the political and the spiritual in confluence. Through this mechanism, I am also able to focus on three layers at the same time: the personal that holds what I perceive as spiritual and is the invisible aspect, questions of events related to a national context, and questions of geo-political scale as the global layer.

KROYWARA is a journey that allowed me to decenter myself from my work. As Cruz argues: “I think of the curator as the body that is in service of the art manifestation.” Even though the artist is the vehicle of her practice, he performs at a level that transcends the personal; making the first layer in my work more relevant as an invisible space because it is only a ‘body’ to perceives knowledge that comes instantly and often beyond the conscious. I think of this as a tention between knowing and not-knowing or as one might say knowledge and intuition. The visible aspects of the work are socio-political conversations in space-time. They define the objects and their staging. Even though staging consist of carefully choosing and positioning gestures, it requires enough open space for spectator’s imagination that enforce their participation with the work. In my approach to curating, I quilt. Number 22 e.g. is essential in some instances. Depending on the correlations I find important, specific colors are defined, often related to imaginaries that are chosen to make the conversation specific.

I see Negro Bible as the reverse spell Code Blanc. In this sense, I use experimentation and play to contribute to alter colonization. To be clear: this is not decolonization! Another shared vision of Cruz’ collective pretofagia and my performance persona tumpi flow. In their vision decolonization equals colonization. That’s why I look forward to continue the dialogue with Code Noir in a presentation that intends a longterm relationship, kicked off with my residency at Despina.

Eerlijk = Heerlijk

Images by Camilla Rocha Campos, Consuelo Bassanesi Miguel Keerveld

White Privilege. Blackness. Pretofagia (zwartmietje)… En veel meer! Maar eerlijk, het waren de ontmoetingen met de kids en gesprekken met Yenting Hsu en Shulunwu (kunstenaars uit Taiwan) die mijn hart hadden gestolen. Heerlijk is Yhuri Cruz zijn opmerking. Het raakte mij het diepst toen hij vertelde dat hoewel hun collectief Pretofagia alleen uit LGBTQ-leden bestaat, het andere sociaal-maatschappelijke thema’s zijn die hun werken bespreekbaar maken. Het betekende voor mij: laat jouw omgeving je niet op ‘je plaats’ zetten door voor jou te bepalen hoe en wat je moet zijn of waarover je wel en niet mag meepraten.

Gender, etniciteit, klasse en gebied functioneren altijd hand in hand. Deze verstrengeling is bedoeld om mensen op hun plaats te zetten; ze in te kaderen. Oh, wat brengt dit moment van reflecteren mij weer in contact met gesprekken in Mexico. Ik kom met vooroordelen aan in Rio de Janeiro: dat Brazilie mogelijk het meest racistisch land van Latijns-Amerika is. Ik kom hier niet voor het eerst en dit land is in zoveel van mijn exploraties over dit taalgebied zodanig besproken zodat mijn oordelen goed gevoed zijn. Ik snap waarom conversaties die ik tijdens deze residentie ervaar veelal draaien om dat ene complexe contrast. Ook hier is de dialoog of monoloog over zwart-wit misschien wel het belangrijkste politieke wapen in het momentum van onze tijd. Maar ik ervaar vooral dat het in de Braziliaanse politiek draait om mensen te laten handelen vanuit hun plaats en voor ze bepalen hoe en binnen welke context ze dat wel en niet mogen doen. Dit zie ik op verschillende schalen terugkomen. Of gaat het grote gesprek hier ook uitgebreid over gender en seksualiteit?

Wie betaalt, die bepaalt. Zo gaat het. Maar binnen dit model dat het hele land domineert zijn er nogal wat spanningen gaande. Zo hebben enkele curators voor een tentoonstelling bij MASP, een van de belangrijkste musea van Latijns-Amerika, hun contract opgezegd. Of zijn ze bedankt? Hoe het precies zit moet ik nog uitzoeken. Wat ik heb opgevangen is dat de spanning te maken heeft met censorship in een poging om het museumgebeuren te dekoloniseren en ook meer diversiteit hierin te creëren. [lach] Wie houd wie voor de gek? Wie weet nou niet dat musea in ziel, hart en brein gestructureerd zijn om precies dat te doen: in pracht en praal macht te etaleren. Precies waarom ik denk: gelukkig hoeft de kunstscene in Suriname deze strijd niet te voeren. We hebben genoeg andere issues.

Ik ervaar de hardnekkigheid van de dekolonisatie dyugu dyugu tot in de botten van dit land. In mijn denken wordt een aantal initiatieven geregistreerd als symptoombestrijding van een zeer complex probleem. Men doet dan mee met wat in is: white privilege gebruiken om t.o.v. blackness empathie te tonen. Maar is empathie niet problematisch? In conversatie met een kunstenaar, ervaar ik mijn probleem met empathie. Omdat ze geen kunst (meer) wil maken terwijl zoveel kinderen van honger sterven, gaat ze zich richten op voedsel als een politiek wapen. Haar ‘zorgvuldig geselecteerde’ voeding vult de maag en de geest. Spannend en knap, denk ik. Maar tot mijn verbazing… Moeders en kinderen uit de buurt zijn elk moment welkom om samen te koken, te eten, te spelen, te leren en gevormd te worden. Wie weet wat de voorvaders van de initiatiefnemer waren? Ze zegt zelf: die was blank en ze weet niet wat voor misdaad hij heeft gepleegd. Ik merk dat haar verbeelding van opa’s duisternissen een natuurlijke wetmatigheid, een soort karma, tot gevolg heeft. Het houdt haar in de greep. Die karma maakt dat deze verre bed achter achter achter achter achter kleindochter nu de puin van een ooit geleefde witte man moet opruimen. Terwijl ze ook had kunnen blijven schilderen. Maar tot mijn verbazing… Ze schildert niet meer.

De titel van een reading tijdens mijn Arquetopia-tour komt weer op. Ik wil het je vertellen, maar het komt maar voor een deel terug: The master’s tool will never dismantle the master’s house. Of zo iets. Schudt liever alleen maar je hoofd, terwijl ik terug denk aan wat ik hoor in gesprek tijdens een studio visit: “we hebben alle verhalen vanuit een wit narratief vernietigd omdat we willen hebben dat kinderen alleen zwarte en andere niet witte verhalen lezen”. Is het niet herhalen wat de kerk al tig eeuwen doet? Dan mag je ernaar streven om kinderen -die in jouw perceptie van rijkdom in armoedige omstandigheden leven- weerbaar te willen maken, of hun eigenwaarde te willen vergroten, of wat dan ook. Kijk maar eens goed in de spiegel. Misschien zie jij niet wat ik zie? Dat kan en mag… Maar ik zie dat die DNA van die witte man van eeuwen geleden zo hardnekkig gestructureerd is in je, in jouw omgeving, in de hele maatschappij. Ik zie daarin dat geschiedenis zichzelf in stand houdt. Heb jij je ook eens afgevraagd waarom privilege nog altijd wit is, ongeacht wie het verschaft en wie er gebruik van maakt?

Ja, na mijn eerste ontmoeting (met Ernesto Neto) gebeurde veel meer. Ik wilde het er niet zo zeer over hebben. Maar moest toch het een en ander op een rijtje zetten. Om na te denken. Om mezelf op mezelf af te stemmen en voor een date waarvoor ik mijn strategie, om te gaan voor wat ik van hem wil, vorm te geven. Ik wil weten hoe en waarvoor ik diegene zal proberen te betoveren en hoe ik hem zal proberen te verleiden tot collaboratie. Mijn intentie is meer dan een one night stand. Daarom is het weer nodig geweest om het meest ingrijpende op een rijtje te zetten, want deze week heeft Consuelo van Despina met mij stilgestaan bij wat ik zou willen doen als presentatie aan het eind van deze residency. Vandaar mijn behoefte: hoe en met wie ga ik aan de slag?

Wat zal ik eisen? Wat als mijn eindpresentatie alleen voor kinderen toegankelijk is? In elk geval weet ik nu dat het mijn vrouwelijke, verzorgende, zachte en trotse aspecten zijn die nu hun recht van bestaan opeisen. Tot slot schiet het thema van de rode draak levenspad uit de Maya wijsheid mij te binnen: ‘let it be’.

YAYA KUI ARA NAIA

Images by Consuelo Bassanesi & Miguel Keerveld

His work is possessed by entities of the spider: naia as known in Brazil. In connecting with Ernesto Neto, I am taken away… No! I just fell in love; many times in that one conversation while at his studio in downtown Rio de Janeiro. This amazing Brazilian artist is internationally well known for his sculptures popping up on different altitudes of the earth. I guess, he surely is favorite by Mama Aisa (or Pacha Mama as Earth spirit is known in parts of Spanish speaking America). When Neto explains the entangling of the phrase yaya kui ara naia in one of his artworks, I could not else but think of our planet.

Weaving connects Neto with his grandmother, his mother and at least one aunty. Weaving also is the performance of anansi (naia’s spirit in Surinamese context). To my sense, a representation of cosmic knowledge. Neto’s child dream relates to astronomy; thus no wonder anansi’s spirit feels home in his practice. In one instance in conversation with Neto, I learn that the same object appears as feminine in one position and masculine in another. My harvest is that anansi not only connects, more fascinating is that its gender appears in multi-complex vibrations. As these vibrations dance on the gravity-material relation, they find other ways of performing biology. How Neto sees the world and interacts with gravity varies on how he uses technology and relates to several materials in constellations as well in his sculptures. Neto opens my eyes on the art of sculpting, transforming my vision of performance that it too can appear as almost completely static. In fact, in this stillness I sense a pursuit to decolonize and dehumanize contemporary art at its core.

I became aware: it’s the dehumanizing aspect in artwork that fascinates me. In different explorations on Brazilian art and artists since I first visited Brazil in 2012, the performance artist Berna Reale caught my attention instantly. Later on, I was left speachless by Neto’s work. While listening to his narration full of passion, memories of interaction with his sculptures in 2019 at Museum Pinacoteca, São Paulo, appeared as fresh on my mind.

It sure is magical. At the same time, Neto’s work is specific, easy to read and clear to get. However complex, no need for abstract languages that could divide his spectators into those that can read it as intellectuals and those who remain illiterate in the sense of contemporary art. Of course an inspiration to take on in my reflective time at Despina.

Reflections at Mac Glen

My residency has started. This time at Despina, located near down town Rio de Janeiro. Simultaneously, I am with friends somewhere in Ipanema. Both staged their way to treat me: brunch at ‘Diegobucks’ and dinner at ‘Mac Glen’. How to ‘compete’ with these?

While enjoying here and now, I am also reading ‘Blijf de aarde trouw’. I am reflecting on approaches of a ‘Nietzschiean terrasophy’; not only relevant for my experience at Despina. In fact, this multi-inter-connected exploration relates to my process with the Amsterdam University of the Arts and to hopefully implementent the project ‘deeep blue’. I am wondering: how to intersect a spectator-based and non-medium specific praxis with speculative engagement in a non-spectacle performance? My aim is to re-imagine performance in the entanglement of knowing and not-knowing, framed as EXOLOGY.

EXOLOGY is my focus on the complexity of life and distinction. I aim at developing this performative space and time as spiritual ability of an exodus based on a flexible ecology. Thinking of EXOLOGY, I feel “a festival in the wilderness” for which I am excited to kick it off through encounters with a “favela in Rio de Janeiro”; a ‘communidad’ as they now say. Aiming at this theosophical revolution, I am specifically interested in ‘marginalized economies’, for which I use the term “negrotivities”. In focusing on ‘marginalized economies’, I am especially interested in distribution of knowledge, social activities, and politics of strength. I assume these could be fascinating characteristics to read favela’s and to understand spacetime beyond their specific historical context; maybe even to find ways to relate to geopolitics and discourses of distinction. I am interested in what defines a favela and the art scene in Rio de Janeiro, and to looking at similarities and differences compared to Suriname.

Some keywords are intersectionalism, feminism/mamaioism, agency, community. To start, my question is: How do such spaces relate to processes of social urbanization and to what extend could I contextualize public experience of space, the spatiality of favela, and related to our global and current environmental issues?

Bij ‘Diegobucks’

Geen Starbucks… Diegobucks veel beter! Sedert ik ben gearriveerd, zorgt hij goed voor mij; de lieve vriend van een vriend! Over een week begint het -of beter gezegd: vervolgt een ervaring dat abrupt stopte door de COVID-19 pandemie. Mijn residency bij Despina, Rio de Janeiro, kan voortgang vinden. Maar eerst een weekje bijkomen. En dan ook beseffen: ik mis team RAG. Dat afstemmen, plagen, uitdagen, lachen, samen beslissen, vaststellen, en bepalen hoe of wat… Allemaal voorlopig virtueel.

Ik ging door met lezen. Het boek ‘Tijd als kwetsbaarheid’ dat mijn besef van tijd wist te verleiden; tot ik besloot: SOLO doesn’t exist! Toen vloog ik even naar 2024 en kwam terug naar hier en nu. Ik was nog op weg naar mijn bestemming. Die plek werd Rio de Janeiro.

Hoe wil ik goed en optimaal mijn tijd hier in vullen? Om antwoord te vinden, doe ik een poging om mijn tijd te vereenzamen. Die mislukking loont, want op tijd besef ik verschillende noten van eenzelfde lied. Die compositie kent wellicht veel meer noten die ik nooit zal vatten. In deze strijd leer ik: alles dat dood is, is bewust-zijn.

Deze reis

Zo anders en stil

Omringd door strijd van het verkeer

van voertuigen en mensen 

van naar de oren schietende muziek

van het kruipend ontbijt naar mijn maag 

In die drukte gegijzeld

Die stilte 

Bij een reis die ik maak

Niet zoals ik dacht

Alleen!

Stille reis 

Opgeslokte tijd…

Deze reis

LUNAR

“I felt so much contradiction”, my interlocutor said. This is the way one of three people, involved in a tour at LUNAR concluded before she left Readytex Art Gallery. When her eyes crossed mine, she seemed amazed by the diverse narratives entangled in a complex conversation; in different categories; in different nuances of the ‘same thing’… Femininity. Community. Hope.

Hope 

She was moved by this exhibition. Shortly before her conclusion, I asked: “Is there something you would like to share about the painting Belief?” In her answer my interlocutor took me through an inclusive array of hope she felt in encountering LUNAR. Comparing hope in the painting Belief by Shaundell Horton to hope in the painting Untitled by Sunil Puljhun, where I talked about some form of hope, she argued: “Both paintings show the image of people pointing their arms to the sky; however, in Belief it is certain that the visual language expresses something different than in Untitled.” Her eyes stared at the contradiction in these works. 

This spell of contradictions continues. In the installation Wi Tru Fesi, translated as Our True Nature, Shaundell’s and Sunil’s metaphorical self-portraits are connected and contradicted. If you look carefully, both are drawing your attention to expression. However, different! In the image of Shaundell’s collage Untitled you are looking at a mother who is being forced into silence, and Sunil’s painting Cry 2 is showing you a screaming child. Further encountering with Wi Tru Fesi brings you to Kurt Nahar his ‘self-portrait’ that is celebrating spirits of the Earth. “It requires to show respect, since I am aware not to touch the clay bricks installed in this work, due to the sacredness of the yellow candle between the bricks”, my interlocutor beliefs. This metaphor in Wi Tru Fesi shows a relation between the Sun and the Earth, in which your attention probably is moving constantly from the neon triangles on the wall, that are installed as sun rays as crown holding the scaredness of this crossroad spirit, to the yellow candle on the floor. 

In front of the installation Tree of Life by Shaundell, my interlocutor reflects. She is aware how much Shaundell and Kurt allow themselves to dream but at the same time stand firm in the earth. Slowly my eyes move to the installation Letters from Mexico, built with paintings by the late Erwin de Vries, with a poem for his 75th birthday by Kurt and a blank carbon for spectators and their imagination to hope. My mind concludes: “Had the mysterious gaze of the portrait Sri that baptized visitors of LUNAR, done its work properly?”

Community

This exhibition is an ecology of legacies. It brings living and deceased artists together and invites spectators to join their community. In this sense, LUNAR not only shows how community is essential. In the context of this manifestation, I think of community as a way that transcends power, to find strength. 

Can we look at art beyond philosophy? Or could we place art beyond the borders of religion? If I think of art beyond the restrictions of both philosophy and religion, I feel a relieve. If I assume that religion is the search for meaningful connections -in which a higher power, supreme being or god is usually central- then I think that art transcends this project. I think that art within the context of community brings a special kind of understanding to the table, that we don’t get in other ways. Of course, art holds many other purposes in space and time such as: for pleasure to entertain us, to express our feelings and emotions, and to capture beauty. However, “beauty as the essence of art is discussible”, according to the documentary What is Philosophy of Art? by Robert Kuhn (New York, 1944). In this documentary the argument is made that if we look for beauty in the world (in nature and culture), we don’t have to have the arts. But at the heart of art, we still find beauty. However, art tells us stories and the interest and structure of a story goes beyond beauty. In general, What is Philosophy of Art? questions whether philosophers of art must broaden their perspectives and how? In this reflective space, I am instantly drawn to art as a communal practice.

Within community, works of art serve us in different ways. According to Kuhn’s documentary, some categories of this service are: art and actions (related to ways we engage with the arts), art and rethought (or memorial art in which we honor memories to keep them alive), social protest art, and art for cognitive significance. When I reflect on LUNAR, I am especially drawn to the latter relationship.

Femininity

Should community be the essence of femininity? Or should our structures in community be a little more feminine? I curated LUNAR in these pursuits, in which I aim for a conversation about the essence of structures in society. In this dialogue, I hoped for spectators to enter a spiritual discourse. My knowledge of spirituality, however intimate, is a public space for us to encounter each other; into soft confrontation; into the practice of love. 

Whether spirituality relates to connection with god or any personal experience of the Self, I believe that in this art manifestation spirituality transcends individuality. Staging LUNAR as a metaphor for femininity has taught me that the female energy flows through everything: from narratives depicting religious stories, to who I am as a person. In this sense, I installed Love = Love. Both versions, volume 1 and volume 2, show diversity of the experience of love, sexuality, and eroticism. Volume 2 is installed using a ceramic depiction of a penis in a vagina by Erwin de Vries, the work Fragile Pussy by Kurt, and a butt of a cigar. Volume 1 is installed with a painting by the late Lilian Abegg and one by her diseased husband Erwin; one depicting a man with a bird in front of a background in which I see a rainbow, the other showing what reminds me of the masculine phallus. 

Finally at the navel of LUNAR, I am reminded of the phallus as its aspect. Does Obatalá and Éndhang, the joint installation by Kurt Nahar and Sri Irodikromo reminds us that all events are inclusive? The way I personally look at events appearing whithin and around me, whether these events are living beings as objects to nature or non-living subjects of culture, I think that all events consist of female and male aspects.

On the first floor spectators are left on their own. But on the ground floor, who wants is being guided through a curated tour in which diversity and inclusion are expressed through different installations. At the same time, hope, community and femininity are felt as vibrations that create the many contradictions LUNAR brings to spectators. 

FOTO’S Courtesy Readytex Art Gallery (RAG) & Ada Korbee

Dieper kijken naar ALAKONDRE

Erwin de Vries is dood!” Zo begint theatermaker Alida Neslo onlangs het Alakondre Manifesto deel 1 van Readytex Art Gallery. Maar de aandacht van De Vries, voor het vrouwelijk lichaam en de aantrekkingskracht ervan, leeft voort in zijn werk. Ik vind dat de legacy van deze Surinaamse genie van de 20ste eeuw overgebracht moet worden naar de toekomst. Daarom breng ik Kurt Nahar en Sri Irodikromo samen om Het Vrouwelijke te vieren met de kunstmanifestatie LUNAR. Spannend is dat de creativiteit van Kurt en Sri in één installatie samenvalt. Shaundell Horton en Sunil Puljhun zijn ook uitgenodigd om vanuit hun persoonlijke beleving van spiritualiteit nieuw werk te presenteren. Tijdens deze aftrap van het project ALAKONDRE: A space in time ga ik op onderzoek. De vraag is: Wat zijn mogelijke vormen van curatorschap in de context van Suriname?

Ruimte in tijd

Ruimte in tijd verwijst naar het knooppunt van verleden, heden en toekomst. Deze focus op kosmologie in Surinaamse context begint met moderne kunst. Echter, het gesprek breidt zich uit tot hedendaagse kunst. De openingsceremonie van dit traject manifesteert zich als LUNAR, waarna het project wordt uitgevoerd tussen november 2021 en november 2022. Ik beschouw dit proces als een hybride dat Het Vrouwelijke onder het motto I kroywara I: ik loop met jou, jij loopt met ik herwaardeert; liefdesethiek als pedagogie voor een ritueel waarin kunstenaars en curators elkaar ontmoeten.

Ik vergelijk deze dialoog met een uitspraak van kunsthistoricus Kirsten Pai Buick. Ze voert aan dat beeldhouwkunst één van de eerste gedocumenteerde vrouwen van Afrikaanse en ‘Indiaanse’ afkomst, Mary Edmonia Lewis, in staat stelde de grenzen tussen onderwerp en object, tussen ‘identiteit’ en onderwerp te vervagen; “want hoewel er een onderwerp van beeldhouwkunst is, is het ook een object van kritiek…” Buick: “Lewis manipuleerde de tweedeling van anders-zijn zo elegant dat kunsthistorici over de hele linie nog steeds niet helemaal zeker weten hoe ze haar eigen wetende onderwerp werd.” De inleiding van het boek Child of the Fire: Mary Edmonia Lewis and the problem of Art History’s Black and Indian Subject (Buick, 2010) betoogt ook: “proces is actief; daarom ligt de artistieke bedoeling nooit vast.” Daarom biedt LUNAR ons een onvolledig beeld. Dit ‘lichaam’ -door de Alakondre geest bezeten- krijgt vorm op basis van Caribische kunst, kennis en technologie. Een gebeurtenis gericht op de ruimtelijkheid van de tijd in relatie tot persoonlijke en groepsbeleving van spiritualiteit. In het Hier in Nu hoop ik zo bij te kunnen dragen aan Surinaamse identificatie. Voor Francisco Guevara (artistiek directeur van Arquetopia, Mexico) is identificatie het uitvoeren van ‘identiteit’. Jorge Sepulveda T. (Latijns Amerikaanse kunst- en cultuuronderzoeker): “alleen de doden hebben identiteit omdat de levenden continue in een proces van identificatie zijn.”

Alakondre

Alida Neslo vindt Alakondre een uitstekend kader voor de Surinaamse kunst- en cultuurbeleving. Haar overtuiging ervan is gestoeld op een filosofie als artistieke beleving waarin verschillende culturele aspecten van Suriname als ​model van veelzijdigheid samenvallen. Dit is dus uitstekend voor het curatorschap te gebruiken en voor het schrijven van mijn scriptie voor het tweede leerjaar van de Academie voor Coaching en Counselling in Suriname weet ik. Daarnaast dient deze koppeling als test case, om te ‘kijken’ welke kennis kan worden gedeeld en gegenereerd onder kunstenaars over het begrip Alakondre, en hoe. Vanwege de noodzaak om diepere bewustwording over identificatie, inclusie en diversiteit bij o.a. kunstenaars tot stand te brengen, voorziet mijn onderzoek naar Alakondre als een model voor counseling ook in de behoefte naar curators voor Readytex Art Gallery.

Het proces ALAKONDRE: A space in time is gebaseerd op een spontane en methodische aanpak. Daarbij dienen sociale verbeelding en sociale kritiek om evenwicht te vinden in sociale praktijk en sociale theorie. Ik geloof dat dit zich via beeldende kunst kan manifesteren. Het curatorschap is het startpunt voor reflectie en de koppeling met counseling dient als mechanisme om dieper te kijken naar wie we zijn. Met andere woorden: hoe het Zelf zich tot de Ander verhoudt bij creatieve ontmoeting in een meertalige en multiculturele omgeving. Aangezien de Surinaamse maatschappij is gefundeerd op zeer diverse culturele achtergronden, zijn uitdagingen in dergelijke ontmoetingen onvermijdelijk. Het opzoeken van balans in deze spanning is essentieel.

Kunst als filosofie

Het boek Strange tools: Art and human nature (Nöe, 2015) beschouwt kunst als filosofie. Het zijn “praktijken (geen activiteiten) -onderzoeksmethoden- die gericht zijn op het verlichten van de manier waarop we ons georganiseerd vinden en ook op de manier waarop we onszelf zouden kunnen reorganiseren.” De recensie van Bruno Faria over dit boek citeert Alva Nöe als volgt: “Kunst is geen fabricage. Kunst is geen prestatie. Kunst is geen amusement. Kunst is geen schoonheid. Kunst is geen plezier. Kunst is geen deelname aan de kunstwereld. En kunst is zeker geen commercie. Kunst is filosofie. Kunst toont onze ware aard voor onszelf. Omdat het nodig is. Kunst is onszelf schrijven.” Hierom is het begrijpen van diepere lagen van artistieke expressie een noodzaak.

Alakondre documenteert Surinaamse filosofie, waarin ‘hoge’ kunst en ‘andere’ kunstvormen samenvallen. Dit proces, een onderzoek naar de paradoxale relatie van kunst tot het leven en naar de aard van betekenis zelf, is geïnspireerd door Essays on The Blurring of Art and Life (Kaprow, 1993). In deze uitgebreide verzameling geschriften, n.l. het hoofdstuk The Real Experiment, maakt de schrijver onderscheid tussen twee avant-garde stromingen in de ‘Westerse’ Kunstgeschiedenis: art-like art en life-like art. “De maker van art-like art is meestal een specialist; de maker van life-like art, een generalist”, volgens Allan Kaprow. Ondanks invloed van ‘Westerse’ Kunstgeschiedenis in Suriname, valt het onderscheid tussen art-like art en life-like art weg in dit proces dat symbolisch macht ontmantelt en kracht her-assembleert. Kortom een manifestatie van synthese uit de samenvloeiing van these en antithese, want “in onze meertalige en multiculturele samenleving is een dergelijk vertaalproces noodzakelijk” vindt Neslo. Ze voert aan dat we hierin op zoek gaan naar “nieuwe manieren en structuren die onze cultuur representeren en waarbij de context niet alleen via het woord maar ook via het gebaar, ritme, muziek en dans kan worden geïnterpreteerd.” Neslo is het eens met Edward Saïd dat de meest ‘politieke’ taak voor kunstenaars misschien zou kunnen zijn: “het scheppen van nieuwe beelden, verhalen en talen om het geweld van onze tijd tegen te gaan”; omdat “alles is gebaseerd op ritme”, weet zij.

ALAKONDRE: A space in time is een onderdeel van mijn deelname aan DAS Graduate Third Cycle Research. Ik ben toegelaten tot cohort 4 van dit programma van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, waarbij mijn focus is om creatieve expressie in verbinding te brengen met counseling. Deze manier van artistic research, het opdoen van kennis met kunst (non-discursive philosophy), stelt vragen over het vertalen van curatorschap naar een Surinaamse context. Het is niet slechts een relevant vraagstuk. Volgens Ilse Rijn (een tutor van DAS Graduate School) is dit onderzoek urgent en spannend. Waar counseling zich richt op verdiepend onderzoeken van een onderwerp, richt het curatorschap zich op de machteloosheid van het beeld.

FOTO’S Courtesy Readytex Art Gallery (RAG) & Miguel E. Keerveld